dinsdag 15 februari 2011

Trainen met een vermogensmeter: vermogensprofiel


Steeds meer wielrenners en triatleten optimaliseren hun trainingsarbeid op de fiets door gebruik te maken van een vermogensmeter. Niet alleen beroepssporters profiteren, ook amateurs maken er steeds vaker gebruik van. Met behulp van een vermogensprofieltest krijg je inzicht in je sterke en zwakke punten op de racefiets.

Een vermogensprofieltest (ook: Power profile test) geeft een indicatie aan wielrenners (of duatleten/triatleten) wat hun sterke en zwakke punten zijn. Met behulp van de Powerprofiletest wordt het niveau van een renner nauwkeurig bepaald en kan de training naar aanleiding van de test doelgericht worden aangestuurd.

Wat is een power profile test?
Een power profile is een overzicht van het vermogen (wattage) dat een renner maximaal kan leveren binnen verschillende tijdsperioden. Dit gaat van zeer korte maximale sprints, tot meer duurinspanningen. De waardes per interval vormen samen een profiel (Power Profile) dat de kenmerken van een renner weergeeft.

Wat kun je met de Power Profile test?
Het doen van een Power Profile test levert je veel nuttige informatie op over je eigen niveau, sterktes en zwaktes, en je kunt je training veel nauwkeuriger sturen. Een trainer kan je erbij helpen. Je krijgt dus duidelijk inzicht in wat je als renner kunt en waar je kwaliteiten liggen. Dus ben je een klimmer, of juist een sprinter, of toch meer een tijdrijder, of ben je juist overal gemiddeld in en ben je een allrounder?
Zo kun je je zwakkere punten verbeteren en/of je sterke punten verder uitbouwen. Door middel van de trainingszones op hartslag en vermogen kun je je training ook nauwkeuriger aansturen. Ook kan je training specifiek worden aangepast aan de doelen die je hebt. Door de test na een trainingsperiode nogmaals uit te voeren, kun je bekijken of je bent verbetert, en hoe groot die verbetering is.

Hoe gaat de test in zijn werk?
De test wordt uitgevoerd op je eigen fiets waarop een vermogensmeter is geplaatst. Tijdens de test worden er verschillende intervallen gereden waarin je een zo hoog mogelijk gemiddeld vermogen probeert te halen. Tussen de intervallen zitten steeds herstelperioden. De test duurt in totaal ongeveer een uur.

Fit-trainingsbegeleiding heeft de mogelijkheid om deze test uit te voeren.

zaterdag 23 oktober 2010

Het einde van het seizoen: evalueren

Voor vele duursporters is het seizoen ten einde. Tijd om uit te rusten en met andere dingen bezig te zijn. Een maand volledige inactiviteit; het werkt heel verfrissend. Je kunt er eens lekker uit; op vakantie of naar de bioscoop gaan. Zo laadt je de batterijen weer op voor het nieuwe seizoen.

De rustperiode geeft je ook mogelijkheid om eens rustig het seizoen her te beleven en door te spreken met je begeleider(s). Nu je letterlijk wat afstand hebt genomen kun je het seizoen nogmaals doornemen, van week tot week, van maand tot maand. Leg je conslusies naast je doelstellingen die je je vooraf had gesteld en natuurlijk ergens had opgeschreven. En? Voldeden je resultaten aan je verwachtingen? Zo ja, wat ging er dan goed? Zo nee, wat lukte niet en hoe denk je dat dit kwam? Mijn ervaring is dat veel sporters, zeker achteraf in de rustperioide, haarfijn kunnen aangeven wat en waar het misging. De kunst is om eerlijk tegenover jezelf en je trainer te zijn. Soms zijn er zaken van invloed geweest waar je geen invloed op had, denk aan blessures of ziektes, maar ook aan overwerk of andere kwesties. Probeer daar wijze lessen uit te trekken.

Evalueer niet alleen je eigen prestaties, maar ook die van je trainer. Heeft die me gebracht waar ik wilde komen? Voldeed hij/zij aan mijn verwachtingen? Wat kan beter in onze samenwerking, wat kan beter in ons contact? Krijg ik een goed antwoord op mijn vragen? Ben ik altijd eerlijk geweest naar hem of haar? Krijg ik goede feedback op de logboekgegevens die ik terugkoppel? Door er samen open en eerlijk over te praten kan je als renner verder komen (en ook als trainer trouwens!), maar ook als mens.

Bespreek ook je doelstellingen voor het komende seizoen. Dat kan direct, maar ook in een gesprek wat later in je rustperiode, of bijvoorbeeld bij een eerste inspanningstest om je ingangsniveau te bepalen. Uiteraard neem je daarin de belangrijkste conclusies uit de evaluatie mee.

dinsdag 4 mei 2010

Blessures

Psychische aspecten als discipline en een sterke wilskracht komen normaal gesproken het prestatievermogen van lopers ten goede. Maar ze kunnen averechts werken, wanneer pijnsignalen genegeerd worden. Onthoud de volgende strategieën, om er zeker van te zijn dat dit u niet overkomt.

Stel haalbare doelen
Een voorbeeld: u loopt inmiddels twee jaar hard en u heeft een paar keer een wedstrijd over tien kilometer gelopen, maar nog niet zo snel als u had gehoopt. U stelt uzelf ten doel om in de zomer uw tien-kilometertijd met vijf minuten omlaag te brengen. Dat kan.
Maar dit is nou net het soort doelstelling waardoor u harder gaat trainen dan goed voor u is, en dat vergroot de kans op blessures. Neem uzelf liever voor uw besttijd met twee minuten omlaag te brengen. Dan is de kans op succes veel groter. Lukt u dat eerder dan verwacht: prima. Stel vervolgens weer een nieuw doel. Ondertussen hoeft u geen drastische (wat meestal betekent: riskante) veranderingen in uw training aan te brengen.
Een andere strategie is om een aantal doelen te stellen, en om uw wedstrijd als een succes te beschouwen als u er één of meer van heeft bereikt. Een paar suggesties: de laatste kilometer sneller afleggen dan de eerste, tegen die steile helling op rennen in plaats van wandelen, uw tijd van vorig jaar verbeteren.

Stel persoonlijke doelen
Nauw verbonden met het stellen van doelen is de mate waarin u uzelf vergelijkt met anderen. Wanneer u niet onder wilt doen voor de rest, kan dit op termijn tot problemen leiden. De dagelijkse duurloop gaat 'goed' als je voor de grote groep eindigt, en 'slecht' als je daarachter binnenkomt. Persoonlijke omstandigheden, zoals vermoeidheid na een zware werkdag, worden dan uit het oog verloren.
Hetzelfde doet zich voor in de wedstrijd, waarbij lopers hun prestatie vaak beoordelen door hun tijd te vergelijken met die van hun leeftijdgenoten, van hun trainingsmaatjes of van andere lopers uit de buurt. Vaak veroorzaakt dit ontevredenheid over de eigen prestatie, hetgeen kan resulteren in overtraining en uiteindelijk blessures.

Onderken ontkenning
Als u een blessure voelt aankomen, doe er dan iets aan. Negeer de pijn niet en gok niet dat het vanzelf wel weg zal gaan. Ontkenning is voor lopers een van de moeilijkste zaken om te onderkennen, omdat de sport ons van nature beloont voor het negeren van pijn, soms zelfs echte pijn. Bij een beginnende stressfractuur zal de slimme loper een stapje terugdoen, een paar dagen rust nemen en misschien wat alternatieve training doen. Maar de loper die de pijn ontkent, blijft doorgaan tot hij of zij echt geblesseerd raakt.

Luister naar uw lichaam
Verwant met de ontkenning is het vermogen om onderscheid te maken tussen onschuldige pijn en pijn die duidt op een dreigende blessure. Allemaal kennen we de steek in de zij of de zere benen aan het eind van een lange duurloop, maar u moet in staat zijn om dat soort pijn te onderscheiden van de meer serieuze pijn. Hoe doet u dat? Door uw geest te trainen in het luisteren naar uw lichaam. Door alert te zijn op uw eigen signalen, want die zijn bij iedereen anders.
Ook dit is extra moeilijk voor sommige lopers, vanwege hun competitieve instelling. Als u maar door blijft gaan, zelfs als u een duidelijk signaal krijgt dat er iets niet helemaal in orde is, dan zal het alleen maar slechter gaan.

Leer van uw missers
Niemand wint altijd. We moeten de mindere prestaties kunnen accepteren en er indien mogelijk lering uit trekken. Ga niet uit een paniekreactie na een slechte wedstrijd ineens keihard trainen, maar kijk uw trainingslogboek na om te ontdekken of u iets verkeerd heeft gedaan in de dagen en weken voor de wedstrijd. Breng in dat geval geleidelijk de nodige veranderingen aan in uw training.

Laat u niet leiden door schuldgevoel
Schuldgevoelens hebben meer blessures veroorzaakt dan gaten in het wegdek of uitstekende boomwortels. Bekijk uw trainingen en wedstrijden objectief en zeg: 'Als het allemaal wat minder gaat, ben ik misschien wel gewoon moe en toe aan een rustpauze.' Vaak denken we door ons schuldgevoel juist het tegenovergestelde. We denken dat we niet genoeg werk verzetten en storten onszelf zonder erbij na te denken in de ene zware training na de andere.
Dat schuldgevoel zorgt ervoor dat we het zicht verliezen op essentiële aspecten, zoals het goed herstellen tussen trainingen of wedstrijden, stress op het werk of te weinig tijd hebben om te kunnen trainen. Het kan het vermogen beperken om flexibel om te gaan met trainingen en wedstrijden, en dat leidt tot blessures.

Maak een kosten-batenanalyse
Vraag uzelf af wat het u oplevert als u een wedstrijd gaat lopen met gevoelige hamstrings. Het antwoord is misschien: de trots als u een persoonlijk record loopt. Stel uzelf vervolgens de vraag wat het u kost als u daarna last houdt van pijnlijke hamstrings. Een winter zonder hardlopen, wellicht. Dit soort bewuste afwegingen kan u helpen bij het bepalen van de juiste koers. Vergelijk de mogelijkheden, overzie de consequenties, en denk vooruit.

Momenten met de grootste kans op blessures
. Als u voor het eerst gaat hardlopen.
. Als u voor het eerst wedstrijden gaat lopen.
. Als u de kilometeromvang vergroot.
. Als u net snelheidswerk in uw training heeft opgenomen.
. Als u op de top van uw kunnen presteert.

Waarschuwingssignalen
De volgende signalen kunnen erop wijzen dat u te veel getraind heeft en grote risico's loopt om geblesseerd te raken:
. 's Avonds problemen met het inslapen, of 's nachts meerdere malen wakker worden.
. 's Ochtends een hogere rustpols.
. Vaak geïrriteerd.
. Slechte eetlust.
. Meer dan twee dagen achtereen last van pijnlijke benen.
. Regelmatig knipperen met de ogen.
. Een hardnekkige verkoudheid.
. Uitblijven van de menstruatie.

Bron

woensdag 10 maart 2010

Train met een plan


Sporten kun je om verschillende redenen doen. Door SMART (specifieke, meetbare, acceptabele, realistische en tijdgebonden)-doelen te stellen werk je structureel aan het verwezelijken daarvan. Voor velen werkt dat zeer motiverend. Een trainer kan een trainingsprogramma voor je maken om je doelen te bereiken.

Om gemotiveerd te sporten is het van belang om doelen te stellen en ze te verwezenlijken. Zonder doelen is het erg moeilijk om, zeker op de langere termijn, fit te blijven en plezier te beleven aan je sport. Een trainer kan je helpen om je doelen helder in beeld te krijgen en te vertalen naar een trainingsprogramma. Echter, doelstellingen worden vaak te vaag en vrijblijvend geformuleerd. Om een doelstelling succesvol te verwezenlijken zal je het zoveel mogelijk SMART moeten formuleren. SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden.
Een doelstelling hoeft echt niet altijd groots en meeslepend te zijn: het uitlopen van een kleinschalige loopwedstrijd in je woonplaats is al goed genoeg. Als je dat bereikt kun je weer een nieuw doel stellen. Je zal merken dat je doelen verwezenlijken je een enorme motivatieboost en veel nieuwe energie geeft.

Plannen

Een prettige bijkomstigheid van een trainingsprogramma is dat het elke keer als je gaat trainen duidelijk is wat je gaat doen. Je weet precies waar je aan toe bent, omdat het op papier staat. Omdat je scherp hebt voor welk doel je traint kun je je trainingen ook beter plannen rond andere bezigheden of verplichtingen. De ervaring leert dat je daardoor minder vaak een training overslaat of minder doet omdat je geen plan hebt. Zo is niet alleen het verwezenlijken van je doelstelling motiverend, maar ook de route daar naar toe.

Regelmaat

Het belangrijkste resultaat van een goed trainingsprogramma is dat je leert om met regelmaat te trainen. Je hoeft echt geen superzware trainingen te doen, het gaat erom dat je regelmatig traint; dag na dag, week na week, maand na maand. Door die regelmaat komt de juiste vorm vanzelf.

Aanpassen

Een trainingsschema betekent allerminst dat je geen aanpassingen zou mogen doen. Vaak is het nodig om trainingen te wisselen of ze iets anders in te vullen. Zelfs een training overslaan hoeft geen ramp te zijn. Waar het om gaat is dat je het grotere geheel van het programma volgt en aanpassingen doet om het zo goed mogelijk te laten aansluiten bij je andere bezigheden en verplichtingen of bij het gevoel van de dag. Een trainer kan je daarbij helpen.

vrijdag 19 februari 2010

Fietstraining met de vermogensmeter


Steeds meer wielrenners en triatleten optimaliseren hun trainingsarbeid op de fiets door gebruik te maken van een vermogensmeter. Niet alleen beroepssporters profiteren, ook amateurs maken er steeds vaker gebruik van. Wat is de meerwaarde van een vermogensmeter?

Om te fietsen moet je energie leveren om vooruit te komen. Hoe hoger de weerstand van onder meer lucht, wrijving van het wegdek, je lichaam en fiets, des te meer energie je moet leveren om vooruit te komen. De energie die je levert gecombineerd met de tijd waarin je dit doet wordt vermogen genoemd. Onder exact dezelfde omstandigheden kost het evenveel energie om een rit van 20 km te rijden in 30 minuten als in 1 uur. Alleen als de tijd sneller is heb je een groter vermogen geleverd.

Serieuze trainingsaanpak en analyse achteraf

Vermogensmeters zijn nuttig om fietstrainingen te optimaliseren en daardoor betere prestaties te behalen. Hiervoor is echter wel een serieuze trainingsaanpak vereist. Voor wie graag volgens een schema traint en het leuk vindt om zich te verdiepen in het analyseren van trainingsgegevens is de vermogensmeter een zeer waardevol instrument.

De vermogensmeter biedt vele mogelijkheden

Het geeft een compleet beeld van de inspanning op cardiovasculair en spierfysiologisch gebied. De vermogensmeter koppelt hartslag aan vermogen, cadans en snelheid. Bij trainingen geeft de vermogensmeter je direct inzicht in het geleverde vermogen van dat moment. Door analyse van de verkregen gegevens kan overtraining worden voorkomen. Uit de gegevens kunnen trainingsstress en intensiteitsniveau worden berekend en met deze waardes kun je schatten of de geleverde inspanning past in je trainings- en wedstrijdprogramma. Zo kun je beter periodiseren (pieken) en zorgen dat er voldoende rust in je trainingsopbouw zit. Met de vermogensmeter is het ook mogelijk om heel precies de verbeteringen van je prestaties in kaart brengen, je sterke en zwakke punten te ontdekken, je aerodynamische houding te verbeteren, verschillende tests uit te voeren en je energie-inname tijdens de inspanning te verbeteren door inzicht in de hoeveelheid verbruikte energie.

Van start

Wie gaat trainen met een vermogensmeter doet er goed aan om de eerste weken vooral gegevens te verzamelen. Train zoals je gewend was te doen. Tijdens deze periode kun je wennen aan het rijden met een vermogensmeter en zicht krijgen in de waarden die je tijdens het fietsen behaald. Een belangrijke waarde is het vermogen dat je kan leveren rond je omslagpunt. Dit kun je laten bepalen tijdens een inspanningstest. Aan de hand van de bepaalde waarde kun je verschillende trainingszones uitrekenen en daarmee aan de slag gaan.

Tot slot

Een heel belangrijk punt bij het trainen met de vermogensmeter is het analyseren achteraf. Hier zit de echte meerwaarde van het instrument. Echter, deze analyses zijn een tijdrovende bezigheid. Een trainer die ervaring heeft met de analyse van deze gegevens kan je daarmee verder helpen. Als voldaan wordt aan het bovenstaande is het mogelijk om met een vermogensmeter een aanzienlijke verbetering van de prestaties wordt behaald.

Er zijn verschillende systemen op de markt met elk zijn voor- en nadelen. Bekendste zijn SRM, Ergonomo en Cycleops powertap.

maandag 15 februari 2010

Hardloopschoenen slecht voor gewrichten


Rennen op hardloopschoenen zorgt voor meer stress op het knie-, heup- en enkelgewricht dan hardlopen op blote voeten. Dat concluderen Casey Kerrigan van JKM Technologies en collega´s van verschillende Amerikaanse universiteiten in PM&R: The Journal of Injury, Function and Rehabilitation.

De onderzoekers selecteerden voor hun onderzoek 68 gezonde mensen die elke week minimaal 24 kilometer hardliepen. De deelnemers kregen standaard neutrale hardloopschoenen. Vervolgens moesten zij op een loopband blootsvoets en met hardloopschoenen een stuk lopen in eigen tempo na een korte warming-up (3 tot 5 minuten). Tijdens het lopen registreerde een bewegingsanalysesysteem de beweging in de gewrichten. De loopband registreerde de kracht die de grond op het lichaam uitoefende. De proefpersonen hadden geen voorgeschiedenis met musculoskeletale aandoeningen en hadden tijdens het onderzoek geen blessures.

De auteurs zagen hogere gewrichtsdraaimomenten (Engels: torque) in heup, knie en enkel met hardloopschoenen in vergelijking tot lopen op blote voeten. Uitzonderlijk grote veranderingen vonden plaats in het interne rotatiegewricht van de heup en bij het flexie- en varusdraaimoment van de knie. Gemiddeld steeg het draaimoment op hardloopschoenen in de heup met 54% en in de knie met 36% (flexie) en 38% (varus) ten opzichte van blootsvoets hardlopen.

Kerrigan et al. schrijven dat hun bevinding aan het kniegewricht betekent dat er door hardloopschoenen een hogere druk wordt uitgeoefend op structuren die vatbaar zijn voor osteoartritis. Deze druk wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een verhoogde hiel en een dikkere zool onder het middelste voetgedeelte, eigenschappen van veel gangbare hardloopschoenen. De auteurs pleiten voor de ontwikkeling van schoeisel dat de natuurlijke voetfunctie nabootst of stimuleert en draaimomenten in knie en heup minimaliseert. ‘Dit zou het doel van alle nieuwe schoenontwerpen moeten zijn’, aldus de onderzoekers.

dinsdag 9 februari 2010

Trainen in de winter

Voor veel atleten is het moeilijk om de koude, donkere winterdagen door te komen. De sneeuw en de lage temperaturen van de afgelopen weken weerhoudt velen ervan om buiten het beoogde trainingsprogramma af te werken. Fit blijven in de winter is voor velen dan ook een uitdaging, terwijl er heel wat mogelijkheden zijn om fit te blijven en aan je zwakke punten te werken. Wat kun je doen?

Veel wielrenners, duatleten en triatleten zoeken in de winter het bos op met de crossfiets of de ATB. Op die manier is het mogelijk om toch de benodigde fietstrainingsarbeid te verrichten, in een andere omgeving, die ook nog eens om een vaardige stuurtechniek en souplesse vraagt. Gevaar wat bij dergelijke trainingen op de loer ligt is dat ze gemakkelijk te intensief worden en dat het, hoewel dat afhankelijk van het soort ondergrond is, vaak veel korte intervalelementen bevat en het de vraag is of dat past bij je doelstellingen op langere termijn.

Binnen fietsen

Een andere, wat onderschatte manier om de winter door te komen is het trainen op de wielerbaan. Zeker nu ook in Apeldoorn een wielerbaan is geopend behoort regelmatig op de baan trainen voor redelijk wat renners uit het land tot de mogelijkheden. Zeker voor renners die koers- of cycloambities hebben zou ik regelmatige baantrainingen adviseren; het vraagt niet alleen fysiek wat van je, maar het is ook een hele goede manier om je stuurvaardigheid, je snelheid, je souplesse en het inschatten van bepaalde situaties te verbeteren. Je hoeft hiervoor niet direct een baanfiets aan te schaffen. De baanwielerscholen op de wielerbanen hebben huurfietsen, die tegen een redelijke prijs zijn te gebruiken. Ook verzorgen zij instapavonden voor beginners.
Mocht je weinig problemen hebben om binnen op de roller of Powerbeam te trainen, dan is dat ook een prima manier om aan je wekelijkse fietsuren te komen. Helaas is dit mentaal lastig vol te houden voor velen, zeker doordat je doelstellingen nog zover weg zijn en het uitzicht in je schuurtje of zolderkamertje zo naargeestig is. Een uitkomst zou de spinningles van de plaatselijke fitnessschool kunnen zijn, maar helaas blijkt in de praktijk dat maar weinig spinninglessen qua intensiteit te passen in een opbouwend trainingsschema.

Uitstapjes naar andere sporten

Ook behoren uitstapjes naar andere sporten tot de mogelijkheden. Dat kan geestelijk erg verfrissend werken. Fietsers kunnen bijvoorbeeld gaan schaatsen, maar aangezien je technisch behoorlijk onderlegd moet zijn om lekker te kunnen schaatsen is dat voor slechts een handjevol mensen echt nuttig om te doen.
Fietsers kunnen ook eens de stoute loopschoenen aantrekken, al blijkt uit de praktijk dat renners over het algemeen matige, maar vooral blessuregevoelige lopers zijn. Het is geen uitzondering dat hardlopende wielrenners hun wielerseizoen (deels) naar de vaantjes zagen gaan, omdat zij in de winter hard liepen. Het is ook niet verwonderlijk dat wielrenners overbelastingsblessures oplopen. Zij kunnen qua conditie gemakkelijk een uur of langer lopen, terwijl spieren en pezen in feite nog ongetraind zijn in de loopbeweging en de veel hoger belasting. Een beginnersschema voor lopers ligt dus meer voor de hand.
Tot slot zou ik iedereen willen aanraden om krachttraining in de fitnesszaal te doen. Renners zouden een krachttrainingsprogramma met vrije gewichten kunnen volgen om de benen te versterken en aan specifieke fietssnelkracht te winnen. Een alternatief is pilates of andere lichte vormen van krachttraining of lenigheidstraining. Ook ontspannende yoga past uitstekend in een uitgebalanceerd winterprogramma.

Hardlopers en gladde wegen

Voor hardlopers geldt dat zij in de winter vaak wel buiten kunnen blijven trainen, tenzij de wegen glad zijn door bevroren natte weggedeelten. Een liesblessure of andere spierblessure ligt dan op de loer. Om dat te voorkomen kunnen ook alternatieve trainingen gedaan worden. Voor hardlopers zou de ATB bijvoorbeeld een uitstekende aanvulling kunnen zijn op de looptrainingen. Een andere mogelijkheid zijn spierversterkende oefeningen doen voor het versterken van de romp. Dat kan in de vorm van pilates, maar ook door yoga of lichte krachttraining met vrije gewichten voor alle spiergroepen.

Motivatie onder nulpunt

Het valt niet mee om tijdens weken van ijzige kou en centimeters sneeuw gemotiveerd te trainen voor wedstrijddoelen die pas maanden verderop liggen. Het kan daarom nuttig zijn om kleinere subdoelen in je voorbereiding op je hoofddoelen op te nemen in je wedstrijdprogramma en daar serieus naar toe te werken. Plan bijvoorbeeld in februari een trainingskoers om te kijken hoe je ervoor staat en wat er nog nodig is voor je hoofddoel in mei. Heb je als wielrenner gelopen, probeer dan eens een run-bike-run of een loopwedstrijd. Heb je lopers gefietst probeer dan ook eens een run-bike-run of fiets een keer een ATB-tocht. Hetzelfde geldt voor duatleten: fiets eens een trainingswedstrijd bij de plaatselijke wielervereniging. Door andere dingen dan normaal te doen kan je geest fris blijven en je motivatie hoog.

Conclusies

Het is voor vele duursporters lastig om tijdens extreem winterweer fit te blijven en voldoende trainingsarbeid te verrichten. Door naar goede alternatieven te zoeken is het mogelijk om goed getraind te blijven en later je specifieke sport weer op te pakken. De winterperiode leent zich bij uitstek om aan je zwakke punten te werken. Heb je als wielrenner moeite om goed voorin het peloton te koersen, probeer dan wekelijks op de baan te trainen. Ben je als hardloper vaak geblesseerd werk dan aan spierversterkende rompoefeningen.